Breedte van een ski: wat betekent mm onder de voet?

Foto: GT1976, CC BY-SA 4.0

Skibreedte wordt gemeten onder je voet, op het smalste stuk. Tot ongeveer 85 mm is goed voor harde pistes, 85 tot 95 mm voor gemengde omstandigheden en vanaf 95 tot 100 mm voor zachte en diepe sneeuw. Een smalle ski wisselt sneller van kant, een brede drijft beter.

Wat zeggen die drie getallen?

Op een ski staat vaak zoiets als 122-72-104. Dat is de breedte in mm bij de punt, onder de voet en bij de staart. Het middelste getal is wat je noemt als je zegt: een ski van 72.

Welke breedte kies je?

Als richtlijn voor Europese skigebieden:

BreedteBeste opLet op
65 tot 72 mmHarde piste, ijs, poortenWeinig drijfvermogen
72 tot 85 mmPiste, ook wat kapotgereden sneeuwPrima voor de meeste Nederlanders
85 tot 95 mmPiste en naast de pisteMinder snel op de kant
95 tot 110 mmZachte en diepe sneeuwTraag op harde piste
Boven 110 mmEchte poedersneeuwAlleen voor naast de piste

Let op bij je binding

De remmen van je binding moeten net breder zijn dan de ski onder je voet. Te smal en de remmen werken niet goed, te breed en ze slepen bij schuine bochten. De winkel kiest de juiste remmen bij je ski.

Veelgestelde vragen

Wat is een goede breedte voor pistes?

70 tot 80 mm voor de meeste skiërs. Sportieve rijders gaan richting 66 tot 72 mm voor nog snellere kantwissels.

Is 90 mm te breed voor de piste?

Niet te breed, maar je wisselt wat trager van kant en je hebt minder grip op ijs. Prima als je ook geregeld naast de piste rijdt.