Skibreedte wordt gemeten onder je voet, op het smalste stuk. Tot ongeveer 85 mm is goed voor harde pistes, 85 tot 95 mm voor gemengde omstandigheden en vanaf 95 tot 100 mm voor zachte en diepe sneeuw. Een smalle ski wisselt sneller van kant, een brede drijft beter.
Wat zeggen die drie getallen?
Op een ski staat vaak zoiets als 122-72-104. Dat is de breedte in mm bij de punt, onder de voet en bij de staart. Het middelste getal is wat je noemt als je zegt: een ski van 72.
Welke breedte kies je?
Als richtlijn voor Europese skigebieden:
| Breedte | Beste op | Let op |
|---|---|---|
| 65 tot 72 mm | Harde piste, ijs, poorten | Weinig drijfvermogen |
| 72 tot 85 mm | Piste, ook wat kapotgereden sneeuw | Prima voor de meeste Nederlanders |
| 85 tot 95 mm | Piste en naast de piste | Minder snel op de kant |
| 95 tot 110 mm | Zachte en diepe sneeuw | Traag op harde piste |
| Boven 110 mm | Echte poedersneeuw | Alleen voor naast de piste |
Let op bij je binding
De remmen van je binding moeten net breder zijn dan de ski onder je voet. Te smal en de remmen werken niet goed, te breed en ze slepen bij schuine bochten. De winkel kiest de juiste remmen bij je ski.
Veelgestelde vragen
Wat is een goede breedte voor pistes?
70 tot 80 mm voor de meeste skiërs. Sportieve rijders gaan richting 66 tot 72 mm voor nog snellere kantwissels.
Is 90 mm te breed voor de piste?
Niet te breed, maar je wisselt wat trager van kant en je hebt minder grip op ijs. Prima als je ook geregeld naast de piste rijdt.